

Dit is een bonus aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit en Jurgen het over:
INLEIDING:
waar en hoe draagt wetenschap bij aan het beter begrijpen van winterspelen? Jurgen en Gerrit praten over de korte termijn innoveren versus de lange termijn wetenschappelijk onderzoek, en je merkt dat die twee vaak niet goed op elkaar aansluiten. Terwijl atleten op de ijsbaan of het ski-piste soms jaar in, jaar uit met sensoren en biomechanisch onderzoek bezig zijn, blijft het in de praktijk vaak heel beperkt zichtbaar en wordt de kennis niet altijd snel doorgevoerd.
In deze aflevering raakt vooral de paradox tussen de wetenschap en de praktijk je: sporters en coaches lijken vaak nog vooral te vertrouwen op ervaring en traditie, terwijl onderzoek suggereert dat er bij veel onderdelen juist nog flinke 'winst te boeken' is, als men de juiste data en technieken gebruikt. We bespreken onder meer de impact van de samenstelling van sporten, zoals de skiathlon en Noordse combinatie, waar biomechanica en fysiologie onderling botsen tussen mannen en vrouwen. Daarnaast kijken we naar de beperkte data over het effect van thuisvoordeel, dat voor veel onderdelen waarschijnlijk minder groot is dan vaak gedacht wordt, ondanks de grote fanfare die er soms om wordt geblazen.
Wat we nog niet weten, blijft vooral de grote vraag: hoe snel en efficiënt kunnen we wetenschap, innovatie en de praktijk laten samenwerken? En in hoeverre kunnen we maskeren dat bij sommige sporten nog veel onderzoek ontbreekt of achterloopt? Het retorische 'veel is mogelijk' klinkt aantrekkelijk, maar de realiteit laat vooral zien dat we met gezonde twijfel moeten blijven kijken naar claims over snelheid, blessures, en performanceverbetering in de winterspelen.
Deze aflevering is niet bedoeld om bluffende claims te geloven, maar om te laten zien dat wetenschap vooral een hulpmiddel is dat langzaam zijn weg zoekt in de sportpraktijk. Het is boeiend om te zien waar nog veel ruimte ligt, en vooral waar de brug tussen weten en doen nog stevig gebouwd moet worden. Als je geïnteresseerd bent in de meer wetenschappelijke kant van sportprestaties en kritisch wilt kijken naar die schijnbaar spectaculaire innovaties, dan is dit een aflevering om niet te missen.
1. Hoe concreet is de rol van wetenschap en innovatie in het verbeteren van de prestaties bij de Olympische Winterspelen?
Jurgen suggereert dat er wel onderzoek is gedaan, maar het is vaak beperkt tot specifieke onderdelen zoals biotechnologie en biomechanica. Gerrit benadrukt dat het veld nog steeds grotendeels van de basiswetenschap afhankelijk is en dat veel animaties, sensoren en modellen nog niet echt doorslaggevend zijn in de top.
Dit laat zien dat veel sportinnovaties, zeker op hoog niveau, waarschijnlijk meer iteratief en contextafhankelijk zijn dan revolutionair. Het impliceert dat we niet zomaar kunnen verwachten dat sensoren of nieuwe materialen direct tot medaillewinst leiden.
Bijvoorbeeld het gebruik van sensoren in schaatsen of snowboarden geeft waardevolle data, maar het grootste effect zit in training en techniek optimaliseren, niet in de apparatuur alleen. Innovatie is vaak een puzzelstuk dat goed moet passen binnen het trainingstraject.
2. Hoe verhouden prestatieverschillen tussen mannen en vrouwen zich tot de sporttechniek en fysiologie?
Jurgen benoemt dat onderzoek meer inzicht geeft in de fysiologische verschillen en dat wetenschappelijke data vaak nog in vroege fases zit, maar dat bepaalde technische verschillen nu al zichtbaar zijn. Gerrit wijst erop dat de verschillen breed gaan en dat voor sommige onderdelen, zoals de langlauf of schaatsen, we nog geen...